Gidsen›Talen

Een tweetalige website, Nederlands en Frans: zo pak je het aan

Welke taal op welk adres, wat je vertaalt, wat je je webbouwer vraagt en waar AI helpt: een site voor je Franstalige én Nederlandstalige klanten.

Door Redactie Kintsu · 4 november 2026

Een goede tweetalige website draait op één domein, met een eigen adres per taal: jouwbedrijf.be voor het Nederlands, jouwbedrijf.be/fr/ voor het Frans. De taalkeuze toont de naam van de taal, geen vlag, en stuurt niemand automatisch naar een taal. Laat AI gerust de eerste vertaling maken, maar laat ze nalezen door iemand die de taal goed kent. Dit artikel heeft twee delen: wat jij beslist, en wat je aan je webbouwer vraagt.

Waarom een tweede taal?

In Brussel kent 81% van de inwoners Frans, 47% Engels en 22% Nederlands, volgens de Taalbarometer van de VUB (VUB, BRUZZ op VRT NWS). Een Brusselse site enkel in het Nederlands is dus maar leesbaar voor ongeveer één inwoner op vijf. En wie online koopt, wil uitleg in de eigen taal: 76% van de online shoppers koopt liever producten met informatie in de eigen taal, volgens een enquête van CSA Research bij 8.709 consumenten in 29 landen (CSA Research). Voor diensten aan bedrijven vonden we geen publiek cijfer.

Deel 1: wat jij beslist

Ben je verplicht om tweetalig te zijn?

Nee, niet als gewone onderneming. Volgens de Grondwet is het gebruik van de talen vrij. De taalwetten gaan over de overheid, het gerecht, het onderwijs, de verhouding met je personeel en bepaalde verplichte documenten van ondernemingen; een winkelier en zijn klant kiezen in principe zelf hun taal (Vlaamse overheid). Een tweede taal op je site is dus een keuze. Op één punt na: je uitleg over cookies geef je in de taal van je publiek (zie verder).

Welke talen, en welke op je hoofdadres?

Kies de talen van je klanten. Voor de meeste Brusselse kmo's zijn dat Frans en Nederlands. Werk je voor expats of internationale bedrijven, dan komt Engels erbij. Elke taal is wel extra werk: vertalen, nalezen en bijhouden.

Op je hoofdadres (jouwbedrijf.be) zet je de taal van de meeste klanten, de andere taal in een eigen deel van het adres: /fr/ of /nl/. Zijn je klanten half om half verdeeld, zoals bij veel Brusselse kantoren, dan kan je hoofdadres ook een korte pagina zijn waar de bezoeker zijn taal kiest, met /nl/ en /fr/ daarachter. Dat kost je bezoeker één klik, maar geen van beide talen komt op de tweede plaats.

Moet alles in beide talen?

Niet per se. Een Franse site met minder pagina's mag: vertaal wat je Franstalige klanten nodig hebben, en laat de rest weg uit het Franse menu. Wat je beter vermijdt, is een half vertaalde pagina, zoals een Frans menu boven een Nederlandse tekst. Google bepaalt de taal van een pagina uit de tekst die je ziet (Google): gebruik op een pagina dus maar één taal.

Wat vertaal je, en wat niet?

Op een vertaalde pagina vertaal je alles wat een bezoeker leest, ook wat je makkelijk vergeet:

  • de teksten, het menu, de knoppen en wat onderaan elke pagina staat;

  • de titel en de korte beschrijving die Google toont;

  • de beschrijving van je foto's voor wie ze niet kan zien;

  • je formulieren: de velden, de foutmeldingen en de bevestigingsmail;

  • de foutpagina, je cookiebanner en je privacyverklaring.

Niet vertalen: je merk- en productnamen.

Wel aanpassen:

  • Je rechtsvorm: een BV is in het Frans een SRL, een NV een SA, een CV een SC (WVV, art. 1:5).

  • Je nummers: je ondernemingsnummer blijft hetzelfde. In het Frans heet het numéro d'entreprise, en je btw-nummer heet numéro de TVA.

  • Plaatsnamen: Luik en Liège, Bergen en Mons, Brussel en Bruxelles. In Brussel heeft je straat twee namen: gebruik op de Franse pagina de Franse.

Wie vertaalt, en wat kost het?

Je kan zelf vertalen, een vertaler inschakelen, of AI een eerste versie laten maken die iemand naleest. Een vertaler rekent meestal per woord: vraag een prijs voor het aantal woorden op je site, en voor wat je later toevoegt. AI vertaalt in enkele minuten, maar het nalezen vraagt tijd van iemand die de taal goed kent.

Google heeft niets tegen teksten van AI, zolang ze bezoekers helpen (Google). Wat Google wel spam noemt: andermans teksten automatisch vertalen om massaal pagina's te maken (Google). Je eigen teksten laten vertalen en nalezen, valt daar niet onder. Wie naleest, let op:

  • Belgisch Frans. AI schrijft vaak portable waar een Belg GSM zegt, soixante-dix waar hij septante schrijft, of SIRET waar het numéro d'entreprise moet zijn.

  • Je toon. In het Frans is vous de gewoonte. Kies ook in het Nederlands of je je klanten met u of met je aanspreekt, en doe dat overal.

  • Wijzigingen. Pas je een prijs of een openingsuur aan, doe het dan in beide talen.

Wat zet je onderaan elke pagina?

Je wettelijke vermeldingen: je naam, je adres, je e-mailadres, je ondernemingsnummer en, als je btw-plichtig bent, je btw-nummer. Voor een gereglementeerd beroep komen daar je beroepsorganisatie, je titel en je beroepsregels bij; voor een boekhouder bijvoorbeeld het ITAA, de titel die het ITAA je gaf, en een link naar de beroepsregels (WER, art. XII.6). De wet zegt niet in welke taal. Zet ze in beide talen: zo vindt elke klant ze.

Voor je uitleg over cookies vraagt de Gegevensbeschermingsautoriteit wel de taal van je publiek: richt je site zich tot Franstaligen en Nederlandstaligen, dan geef je die uitleg in het Frans en het Nederlands (GBA). Je privacyverklaring moet volgens de GDPR in "duidelijke en eenvoudige taal" geschreven zijn (GDPR, art. 12); voor een Franstalige klant is dat Frans. Verkoop je online, dan zeg je vóór de bestelling in welke talen het contract gesloten kan worden (WER, art. XII.7).

Deel 2: wat je aan je webbouwer vraagt

Dit deel kan je zo doorsturen.

Een eigen adres per taal

Elke pagina heeft per taal een eigen adres, en niet één adres dat van taal wisselt met een cookie of met de taal van de browser. Google raadt dat af: Googlebot, het programma dat je site voor Google leest, komt meestal uit de Verenigde Staten en vraagt geen taal. Ziet het op elk adres enkel Nederlands, dan bestaat je Franse site voor Google niet. Ook de taal achteraan het adres zetten (?lang=fr) raadt Google af (Google).

Heb je al een Franse domeinnaam, laat die dan definitief doorverwijzen naar jouwbedrijf.be/fr/. Je webbouwer noemt dat een 301.

Vertaalde adressen

/fr/a-propos ziet er verzorgder uit dan /fr/over-ons, en wie in het Frans zoekt, herkent zijn eigen woorden. Laat de accenten weg (a-propos). Leg de adressen vast voor je site online gaat: wie ze later verandert, moet elk oud adres laten doorverwijzen.

Hreflang en x-default

Hreflang: dat zijn een paar regels in de code die Google vertellen welke pagina's dezelfde zijn in een andere taal. Zo toont Google elke zoeker de versie in zijn taal (Google).

  • Elke versie verwijst naar zichzelf én naar alle andere; anders negeert Google de regels.

  • De codes zijn nl en fr; voor het Engels is het en. Niet be: dat is de code voor het Wit-Russisch (ISO 639).

  • x-default zegt welke pagina Google toont aan wie geen van je talen spreekt: je keuzepagina, of je Engelse versie als je er een hebt.

Geen automatische omleiding

Stuur niemand automatisch naar een taal op basis van zijn browser of zijn IP-adres. Google raadt het af (Google), en het W3C, dat de standaarden van het web maakt, waarschuwt dat je de taal niet kan raden uit een locatie (W3C). Denk aan een Vlaamse klant die op het werk een computer in het Frans gebruikt: een automatische omleiding stuurt hem naar het Frans, terwijl hij Nederlands leest.

Een kleine melding mag wel: "Cette page existe aussi en français". Onthoudt je site de keuze in een cookie, dan is daar geen toestemming voor nodig: een cookie die de taalkeuze tijdelijk bewaart, is voor de GBA strikt noodzakelijk (zie Cookiebanner verplicht?).

Een taalkeuze zonder vlaggen

Een vlag staat voor een land, niet voor een taal (W3C). Welke vlag zet je bij het Frans: de Franse, voor een kantoor in Brussel? Toon de naam van de taal in die taal (Nederlands, Français, English), op elke pagina en ook op de gsm. En blijf op dezelfde pagina: wie op /over-ons "Français" kiest, komt op /fr/a-propos, niet op de Franse home (W3C).

Checklist

Wat jij beslist:

  1. Welke talen, en welke op je hoofdadres.

  2. Welke pagina's je vertaalt.

  3. Wie vertaalt en wie naleest.

  4. Wettelijke vermeldingen en privacyverklaring in elke taal.

Wat je je webbouwer vraagt:

  1. Een eigen, vertaald adres per taal.

  2. Hreflang in beide richtingen, en een x-default.

  3. Een taalkeuze met de namen van de talen, die op dezelfde pagina blijft.

  4. Geen automatische omleiding.

Wie zelf bouwt met een tool zoals Wix of WordPress, kan dit meestal ook, met een vertaalfunctie of een plugin: let dan op dezelfde punten. Bij Kintsu zitten drie talen in de prijs, met vertaalde adressen, hreflang, een taalkeuze die op dezelfde pagina blijft en een overzicht van wat nog vertaald moet worden: zie Tweetalige website.

Bronnen

Alle bronnen geraadpleegd op 4 november 2026.

Eerst zien, dan beslissen

Liever zien dan lezen?

Wij bouwen je nieuwe site eerst, in drie talen en zonder opstartkost. Vind je hem goed, dan start je een abonnement.

Vraag je voorstel aan